MySpace


Edwin Brienen

Edwin Brienen


Last Updated: 11/18/2009

Send Message
Instant Message
Email to a Friend
Subscribe

Gender: Male
Status: Swinger
Age: 37
Sign: Gemini

Country: DE
Signup Date: 2/28/2006
Tuesday, December 30, 2008 

Review Belgium magazine Gonzo (Circus)
November/December 2008


Het Nihilisme van Brienen
The Edwin Brienen Collection
(Filmfreak Distributie)

In tegenstelling tot Vlaanderen kent Nederland sinds de jaren 1960 een bloeiende en productieve scene voor underground en experimentele film. Frans Zwartjes was de peetvader van deze traditie, maar ook no-budget cineasten als Pim de la Parra droegen hun steentje bij. Een tweede scharnierfiguur was Theo van Gogh, die in 1982 met het brutale ‘Luger’ zijn stempel drukte op de experimentele film in Nederland. In de jaren 1990 stond een nieuwe generatie op, met Ian Kerkhof op kop en verder ook mensen als Paul Ruven. Deze historische achtergrond is interessant omdat ze herkenbaar is in het werk van Edwin Brienen, die zich de voorbije tien jaar heeft laten opvallen als een relevante nieuwe cineast in de marge. Brienen maakt zijn films zonder noemenswaardig budget en heeft al vijf langspelers en een reeks korte projecten op die wijze gerealiseerd. In tegenstelling tot wat je zou verwachten, zien zijn producties er behoorlijk professioneel uit, wat uiteraard voor een stuk te danken is aan de kwaliteit van de digitale camera’s die vandaag voor iedereen beschikbaar zijn.

Nu Brienens vijf langspeelfilms op dvd uit zijn, loont het de moeite om te zien hoe zo’n experimentele cineast de afgelopen jaren is gegroeid. Zijn eerste film, ‘Terrorama’ (2001), draagt bijvoorbeeld duidelijk de sporen van een vroeg werk. Brienen volgde een opleiding filosofie en psychologie en dat merk je in deze film, die flink wat dialogen heeft die bijna verbale traktaten zijn over het nihilisme, met dank aan Nietzsche. De stijl, situaties en decors hebben een pervers soort theatraliteit waarachter ook een dikke ironische knipoog schuilgaat. Wat eveneens van bij het begin opvalt, is Brienens grote belangstelling voor religie. Brienen is zich ook duidelijk bewust van de traditie waarin hij werkt en voert Theo van Gogh zelfs op in een gastrolletje.

Zijn tweede film, ‘Lebenspornografie’ (2003), is meteen Brienens beste. De film begint met een korte hondsbrutale collage van transgressieve seks (pies, poep, kots, noem maar op) die doorsneden wordt met een direct manifest over provocerende kunst. Ian Kerkhofs onvoorstelbaar weerzinwekkende examenfilm ‘The Dead Man 2: The Return of the Dead Man’ (1994) is op dat moment niet ver uit de buurt. De prent zelf is wat meer ingetogen van toon, maar blijft een boeiend en fascinerend verhaal over een groep kunstenaars die naar Berlijn trekken en er een seksshow opzetten in de hoop zich psychologisch te herbronnen. Het nihilisme blijft echter de boventoon voeren, onder meer met een homoseksuele man die zich uit liefde met HIV wil laten besmetten door zijn partner. In zijn volgende films, ‘Both Ends Burning’ (2004), ‘The Last Performance’ (2006) en ‘Hysteria’(2006), wordt Brienens stijl zichtbaar gelikter. ‘Both Ends Burning’ volgt twee vrouwen die ongelukkig zijn in hun relatie en in een toestand van vervreemding verzeilen. De psychologische karakterisering is sterk, maar de film gaat mank aan teveel uitgesponnen scènes van doelloos ronddwalende depressieve vrouwen. Nu blijkt ook duidelijk dat het Brienen niet zozeer om de provocatie te doen is. Een goed voorbeeld daarvan is de ontluisterende slotscène, die zich afspeelt in een seksclub. In plaats van expliciete beelden krijgen we vooral de psychologische implosie van de personages te zien. Brienens laatste twee films vertonen zeer duidelijk een gothic gevoeligheid die aansluit bij een internationale trend, vooral door de soms irritante digitale beeldmanipulatie. Net daardoor komt Brienens eigenheid hier wat in de verdrukking. Toch blijft Brienen ook in deze films consequent extreme psychologische toestanden verkennen.

Zoals steeds in undergroundfilms zijn de acteurs al eens de zwakke schakel in de films. Als liefhebber moet je daar voorbij kunnen kijken. Brienen heeft echter het geluk dat hij in Esther Eva Verkaaik een bijzonder getalenteerde leading lady heeft gevonden die mainstreamactrices probleemloos het nakijken geeft. Verkaaik is niet alleen een energieke en volwassen verschijning, ze heeft ook indrukwekkend dramatisch potentieel en geeft haar personages veel diepgang mee. In de eerste twee films zet ook Peter Post een sterke prestatie neer. Verder kiest Brienen voor zijn films ook vaak zeer knappe electromuziek uit, die de sfeer perfect ondersteunt. Hoewel zijn laatste films iets minder sterk dan ‘Lebenspornografie’, slaagt Brienen erin de sfeer van uit de hand gelopen hobbyisme te vermijden die andere prenten in dit genre zo vaak irritant maakt. Hij heeft stijl, talent en professionalisme en heeft ook iets te vertellen. En zoals eerder aangehaald, doseert Brienen de provocatie in zijn films zeer evenwichtig, zodat het altijd het doel van de film dient. Wie vertrouwd is met de brutale excessen waar de hedendaagse experimentele film soms toe in staat is, zal trouwens niet meteen geschokt zijn door Brienens werk, dat psychologie en verhaal boven effect verkiest. Net door die weloverwogen aanpak is de impact van de eerste minuten van ‘Lebenspornografie’ ook zo overweldigend. Waar je bij dit soort extreme beelden vaak gewoon misselijk wordt of geïrriteerd de schouders ophaalt, slaagt Brienen erin om je aandacht gefascineerd vast te grijpen en zijn visuele terreur zinvol te maken. Dat alleen al maakt van hem een relevanter filmmaker dan bijvoorbeeld een Cyrus Frisch, wiens ‘Vergeef Me’ (2001) een treffend voorbeeld is van hoe de behoefte om te provoceren vaak een gebrek aan visie of stijl moet toedekken. (cve)  

Previous Post: SCHWARZ & MAGISCH | Back to Blog List | Next Post: SCHOKKEND NIEUWS